Home
Nieuwstadt
Beeldbepalende elementen

Moordkruis
Landhuis Close
Wachtpost Hamers
Station Nieuwstadt





Woning Cremerstraat 21





Het pand Cremerstraat 21 herinnert ons eraan dat in het begin van de 20e eeuw ook vanuit Nieuwstadt naar Duitsland gegaan werd om in het levensonderhoud te voorzien.

Een voorbeeld hiervan is Johannes Hubertus Ramakers (Hub) die in Nieuwstadt is geboren in1885 en overleden in 1947. Hij vertrok in december 1898, dus al op 13-jarige leeftijd naar Duitsland en vroeg (toen nog) als werkman in Osnabrück (D) wonend een bewijs aan van zijn Nederlandse nationaliteit. Vanaf 1900 werd hij weer als inwoner van Nieuwstadt geregistreerd en vanaf zijn huwelijk  in 1907 als stucadoor. In de periode 1909-1910 woonde hij ruim een jaar als stucadoor met zijn gezin weer in Viersen (D). Na hun terugkeer in Nieuwstadt gingen zij in 1914 wonen in het pand dat wij nu kennen als Cremerstraat 21 waar hij nog tot 1920 te boek stond als stucadoor. We kunnen er dus gevoeglijk van uitgaan dat hij het gevelstucwerk in 1917 (zie onderstaand detail met jaartal 1917) zelf op zijn woning heeft aangebracht.

          

     



Bepleistering van gevels in zijn algemeenheid

Vanaf de Middeleeuwen tot in de 19e eeuw werden voornamelijk stenen verwerkt die terplaatse in veldbrandovens waren gebakken. Deze veldbrandstenen waren onderling nogal verschillend van uiterlijk als gevolg van de onregelmatige kleikwaliteit, het handmatig vormen, de weersinvloeden en het stookproces. Het gevolg waren onregelmatige bakstenen wanden met heel veel variatie. Om de gebouwen een beter uiterlijk en glad oppervlak te geven werden door de beter bedeelden de in het zicht vallende buitenmuren bepleisterd.
Het bepleisteren om sporen van verbouw te verdoezelen en de wand weer eenheid te doen uitstralen is feitelijk als reden vergelijkbaar met het voorgaande.
Een andere reden om tot bepleistering over te gaan is de behoefte om de eigen rijkdom naar buiten uit te dragen. Dit gebeurde onder andere door met het pleisterwerk duurdere materialen te imiteren (zoals natuursteen rondom deuren en ramen). Als volgende stap om de rijkdom naar buiten uit te dragen werd het pleisterwerk voorzien van figuren.
Opvallend is dat veel bepleisterde gebouwen in onze streek blijken te zijn gebouwd of verbouwd rond 1900. Als indirect gevolg van de afname van de werkgelegenheid in de landbouw gingen namelijk veel jongeren en jong gehuwden op zoek naar werk in de ons omringende industriegebieden zoals het Ruhrgebied. Een groot deel van hen kwam terecht in seizoensarbeid als "brikkebekker"of metselaar, maar ook wel als stucadoor. Die laatste groep bracht bij terugkomst het nieuw geleerde vak ook in onze streken in praktijk; kijk maar eens rond in de Maasstreek.
Hub Ramakers is dus een typisch voorbeeld van de hier genoemde groep stucadoors gezien het feit dat hij al op jonge leeftijd in Osnabruck werkte, later als jonggetrouwde stucadoor met zijn gezin in Viersen woonde (waar ook het tweede kind is geboren) en  hij na terugkomst in Nieuwstadt zijn eigen huis bepleisterde.
De op het pand Cremerstraat 21 zichtbaar gemaakte geschiedenis is door de opeenvolgende bewoners al bijna 100 jaren in stand gehouden en verdiend het ook in de toekomst te worden behouden; zeker ook gezien het niet overdadige rustige karakter van de versieringen.

Opgemerkt dient te worden dat de hierboven vermelde vorm van bepleisteren in geen enkele relatie staat tot het in onze streken voorkomend witten van lemen wanden (tussen het houten geraamte van vakwerkhuizen).
Evenmin mag onvermeld blijven dat er ook gebouwen zijn die alleen aan de westzijde zijn bepleisterd. In dat geval is veelal sprake van een muur nog zonder spouw waarbij het pleisterwerk bedoeld is om vocht buiten te houden.

Piet van Hoof / maart 2013 / bijgewerkt april 2013