Home
Nieuwstadt
Beeldbepalende elementen

Landhuis Close
Woning Cremerstraat 21
Wachtpost Hamers
Station Nieuwstadt


Het Moordkruis

De toenmalige parochieherder Ditjens van Nieuwstadt noteerde in het overlijdensregister dat hij op 10-6-1740 had begraven de uit Sittard afkomstige Maria Schreuders en Anna Catharina Geloofs, echtgenote van Nicolaas Thevissen. Beiden waren op 9-6-1740 neergeslagen in de bossen, gewoonlijk genoemd 'Neervelt' {KR Nieuwstadt, begraafregister}. Verderop zal blijken dat de wereldlijke bestuurders als overlijdensdatum 8-6-1740 noemden. Wie zich in de datum vergist heeft is niet echt interessant, want het doet aan de feiten niets af.

Op dringend verzoek van drossaard ven der Heijden zijn Arnold Monnens met zijn vrouw Cornelis Rutten en Aldegonda Monnens op 9-6-1740 op het raadhuis van Nieuwstadt verschenen om verklaringen af te leggen omtrent de doodslag van Maria Schreuders en Catharina Tevissen en omtrent het op 8-6-1740 gevonden gekwetste kind. Zij verklaarden dat zij bij het halen van bonenstaken hadden horen kermen. Zij hadden enige passerende soldaten verteld van dit kermen. Samen met hen waren ze op dat kermen toegegaan en vonden ze midden in 't Neervelt drie vrouwspersonen, waarvan de een dood en geheel bebloed was, een oude vrouw die nog een beetje leefde is ter plaatse in de armen van een der soldaten gestorven en een zwaar gekwetst en bebloed dochtertje riep om haar lieve moeder. Zij hadden verder niets gezien en gehoord en waren naar huis gegaan om het bekend te maken {Schepenbank Nieuwstadt, Inv.nr.47, getuigenverklaring}.

Op 10-6-1740 hebben de schout, schepenen en secretaris van de Schepenbank Nieuwstadt ten huize van de stadhouder (= oudste schepen) Gosen Fijen een zekere Agnes Pollart, afkomstig uit Susteren en gehuwd met Dirck Wijnen, geconfronteerd met het gewonde dochtertje Ida Tewissen, dat reeds op 8-6-1740 zou zijn verhoord. Ida Tewissen beaamde dat deze Agnes Pollart de persoon was die de vrouwen het bos ingevoerd had en het dochtertje haar wonden in het hoofd had toegebracht door diverse slagen met een bijl. Zij verklaarde dat Agnes Pollart ook haar tante Maria Schreuders met een bijl in het hoofd geslagen had en dat een onder de struiken verscholen manskerel, die eveneens een bijl had, haar moeder had neergeslagen en eveneens Maria Schreuders nog bijlslagen had toegebracht. Ida herkende Agnes Pollart aan haar gezicht, haar spraak en haar kleren, die dezelfde waren als die welke zij aan had toen zij haar had geleid en geslagen. Agnes Pollart werd ten tijde van de confrontatie bleek van kleur en viel heel verbaasd voor het dochtertje op haar knieën {Schepenbank Nieuwstadt, Inv.nr.47, oorkonde van schout en schepenen; copie in HVN-archief}.

Eveneens op 10-6-1740 had secretaris Brands de originele verklaring van chirurgijn (= dokter) Schuitssz uit Sittard ter hand gesteld aan scholtis Montz van Susteren, die hem beloofde dit origineel terug te zullen geven {Schepenbank Nieuwstadt, Inv.nr.47, notitie van secretaris Brands op achterzijde van de getuigenverklaring}.

Pastoor Ditjens heeft in het overlijdensregister nog als aanvullende informatie geschreven dat dochter Anna Catharina dodelijk gewond was en op 11-6-1740 naar Sittard werd vervoerd {KR Nieuwstadt}.

Het gekwetste kind Catharina Ida Thevissen bleek te Sittard gedoopt te zijn op 6-6-1727 en dus net 13 jaar oud. Het was het jongste kind van Nicolaas Thevissen en de vermoorde moeder Anna Catharina.
De familienaam van moeder Anna Catharina werd op diverse manieren geschreven, namelijk Geluffs,Glauff, Glaufs, Glaus, Glous, Glouts en Gelafs. Zij was op 21-6-1683 te Sittard gedoopt en dus bijna 57 jaar oud geworden.
Vader Nicolaas Thevissen was op 27-11-1667 evenens te Sittard gedoopt, dus intussen 72 jaar oud en maar liefst 15 jaar ouder dan zijn vrouw.
In dat gezin waren de volgende kinderen gedoopt:
 - Anna Mechtilda op 22-6-1704
 - Joannes Theodorus op 9-2-1706
 - Anna Helena op 25-10-1711
 - Laurentius op 10-8-1717
 - Aldegonda Joanna Sybilla op 27-3-1714
 - Joannes Petrus op 4-5-1720
 - Thomas Joannes Petrus op 24-5-1724 en
 - de reeds bekende Catharina Ida op 6-6-1727.

Door het ontbreken van de huwelijks- en overlijdensregisters van Sittard hebben wij niet kunnen nagaan met hoeveel van deze 4 jongens en 4 meisjes de vader achterbleef. Om diezelfde reden hebben we ook niet kunnen nagaan of dochter Catharina Ida de levensgevaarlijke verwonding nog te boven gekomen is.

De omgeving van de plaats van het misdrijf  midden in het Neervelt is nog altijd bekend als 'De Moardkoel', zeker bij de oudere Nieuwstadters. De benaming werd rond 1900 ook nog grbruikt om de ligging van eigendommen in die omgeving aan te duiden. Zo kondigde notaris Lienaerts in het Nieuws- en advertentieblad Limburg, dd.8-1-1898, onder andere ten behoeve van de familie Meuwissen te Susteren de verkoop aan van "1 zware eik in de Moordkul".

           
                       20-9-1980                                                  maart 1981                                                      2012

Ter nagedachtenis aan de bovenomschreven moord heeft de Heemkunde Vereniging Nieuwstadt in 1979 een herdenkingskruis vervaardigd waarop de namen van de slachtoffers zijn vermeld. De heer Kreutzer uit Susteren , eigenaar van een der percelen in de omgeving van de Moardkoel, gaf toestemming het kruis op zijn eigendom te plaatsen. De plaatsing van het kruis had op 20-9-1980 om 15:00 uur op sobere wijze plaats {"De Moardkoel" te Nieuwstadt, uitg: H.V.Nieuwstadt, sept.1980}. Nog geen half jaar later, op 8-3-1981, werd door voorbijgangers geconstateerd dat het kruis (met zijn betonnen voet) door onbekenden was omgeduwd. Nadat de heemkundevereniging het kruis weer netjes op zijn plaats had gezet heeft het nog dienst gedaan totdat het werd vervangen door een nieuw exemplaar. Ook dit tweede kruis heeft de vernielzucht moeten ondergaan. Het werd in mei 1990 nabij de Amelbergaweg gevonden. In eendrachtige samenwerking hebben de toenmalige voorzitter z.g., vice-voorzitter en secretaris z.g. het geheel in een CrNi-stalen voet in beton geplaatst. Sindsdien is het gelukkig ongerept behouden gebleven. De wijze waarop het kruis intussen in de natuur is opgenomen werkt beschermend voor het monument en geeft bovendien goed de sfeer van verborgenheid weer waarin het geheel zich indertijd heeft afgespeeld.

Als herinnering aan de tweevoudige moord in 1740 is het kruis nog steeds, zichtbaar vanaf de weg, te vinden in het bos langs de Topskoulweg en wordt door de Heemkunde Vereniging Nieuwstadt nauwlettend in de gaten gehouden {'Loeren in de Mijnstreek', in: De Limburger dd.15-1-1992 en 22-1-1992}.

Het kruis kreeg vroeger regelmatig aandacht van lopers van het Pieterpad, de wandelroute van de St.Pietersberg bij Maastricht naar het Friese Pieterburen. Na het aanleggen van de verbindingsweg van de Nederlandse A2 naar de Duitse autobanen werd het Pieterpad zodanig omgeleid dat het Moordkruis niet meer aan de genoemde lange-afstandsroute lag. 
In 2016 is het herdenkingskruis opgenomen in een nieuwe wandel- en fietsroute, het plaatselijke "Ommetje Susteren", en krijgt weer meer aandacht van bezoekers. Het ommetje is zodanig ingericht dat de route op diverse plaatsen kan worden opgepakt en aan de hand van de op de informatieborden vermelde knooppunten kan worden gevolgd.

       

De constatering dat het onderste deel van het kruishout niet meer lang weerstand zou geven aan natuurlijk verval deed de HVN besluiten het kruishout in zijn geheel te vervangen en daarbij de bestaande tekstplaten te behouden. De vervaardiging van het nieuwe kruis werd opgedragen aan en uitgevoerd door Harie Delissen, de timmerman van Nieuwstadt. Het op 10-4-2017 door Harie Delissen samen met de initiatiefnemer Jo Verkuijlen geplaatste nieuwe kruis wacht er nu nog slechts op dat het weer op natuurlijke wijze wordt opgenomen in de begroeiing zoals dat in 2012 het geval was.

Piet van Hoof / mei 1998 / maart 1999 / aangevuld okt.2012 en april 2017