Home
Nieuwstadt
Bekende Nieuwstadtenaren

Andreas Gielen
Sjonger te Nieuwstadt
Burgemeesters te Nieuwstadt
Priesters in Nieuwstadt
Priesters uit Nieuwstadt
Veldwachter Tjeuke de Bao
Familie Hanssen-Rutten
Ons Remigrantenpaar
Christiaan Muijres
Indiëgangers






Jacobus Jorissen,
stamvader van boomkwekersfamilie Jurrissen in Naarden

In het Nieuwstadts bewonersoverzicht van de 18e eeuw kennen we een gezin van Joannes Jorissen en Barbara Linden; zij waren in februari 1732 getrouwd in Nieuwstadt en lieten daar de volgende 5 kinderen dopen:
a. Maria Catharina, gedoopt 6-6-1733, trouwde 16-6-1771 met Antonius Rennenberg.
b. Jacobus, gedoopt 18-4-1736
c. Mechtildis, gedoopt 14-1-1739
d. Petrus, gedoopt 14-5-1732
e. Anna, gedoopt 21-10-1746, overleden 27-4-1747

Van de kinderen Jacobus, Mechtildis en Petrus hadden we niet met zekerheid kunnen vaststellen waar zij gebleven waren, totdat ………  in februari 2014 bij de Heemkunde Vereniging Nieuwstadt een bericht binnenkwam van een filatelist (Hai Webers) die een briefkaart aan zijn verzameling had weten toe te voegen welke in 1899 door ene J.J.Jurrissen naar St.Petersburg gestuurd was. 


In genoemd bericht was vermeld dat de schrijver van de briefkaart een achterkleinzoon zou zijn van ene Jacobus Jurrissen die in Nieuwstadt gedoopt zou zijn op 18-4-1736. En de vraag was wie deze Jacobus Jurrissen dan wel zou zijn ?
De mededeling over de doop van Jacobus Jurrissen kon al direct gekoppeld worden aan Jacobus Jorissen uit het al bekende hierboven gemelde gezin. Met de door de heer Webers meegestuurde informatie uit publicaties van de Stichting Vijverberg uit Naarden en bestudering van diverse publicaties van genoemde stichting konden wij het navolgende overzicht opstellen over de Nieuwstadtse stamvader en zijn boomkwekersfamilie in Naarden. Daarin wordt ook duidelijk wie de schrijver van de briefkaart was en dat hij als expert op grote internationale tuintentoonstellingen en als jurylid tot in Rusland bekendheid genoot.

Jacobus werd op 18-4-1736 in Nieuwstadt gedoopt als zoon van het echtpaar Joannes Jorissen en Barbara Linden. Hij werkte in het 4e kwartaal van de 18e eeuw als vakman in boomkwekerij ‘Kweeklust’ van Jacob Bolten aan de Amersfoortsestraatweg te Naarden en werd daar ‘Jurrissen’ genoemd. We vonden Jacobus (1736-1808) voor het eerst terug in de dtb-registers van Naarden toen hij op 13-12-1771 een legitieme zoon rk liet dopen (zijn 1e huwelijk hebben we tot nu toe nog niet kunnen traceren). Opmerkelijk is dat zijn moeder als doopheffer optrad bij de doop (in 1779) van zijn eerste kind uit zijn 2e huwelijk (echter ook hier zonder terugverwijzing naar Nieuwstadt).

Zijn zoon Johannes Josephus Jurrissen (1781-1870) uit zijn 2e huwelijk is, nadat hij in Duitsland was opgeleid, een eigen kwekerij begonnen nabij de Karnemelksloot in Naarden. Nadat tijdens de belegering van Naarden (nov.1813 – mei 1814) het eerdergenoemde huis ‘Kweeklust’ in vlammen was opgegaan kocht Johannes Josephus de overgebleven kwekerij ‘Kweeklust’ van Bolten (waarbij zijn vader had gewerkt). Hij bezat verder hotel ‘De Beurs’ (Marktstraat hoek Oude Haven), waar een stopplaats was van de diligence Harderwijk-Amsterdam, en was eigenaar van de trekschuitdienst Naarden-Amsterdam.

De derde generatie van de boomkwekersfamilie werd gevormd door de broers Jacobus J. (1804-1869) en Ewoud Willem (1806-1884), zonen van de hiervoor genoemde Johannes Josephus Jurrissen.
Jacobus J. richtte in 1864 met zijn zoon Johannes Josephus de ‘firma Jac. Jurrissen en Zoon’ op. Jacobus J. Jurrissen was daarnaast van 1852 tot 1867 regent van het Burgerweeshuis.
Een kleindochter van Ewoud Willem Jurrissen, Lamberta Gerarda Maria Oostermeijer-Jurrissen (1871-1952) werd bekend als eigenares en directrice van het door haar in 1918 gekochte en weer nieuw leven ingeblazen hotel Jan Tabak.

De voornamencombinatie Johannes Josephus komt in de vierde generatie boomkwekers weer terug bij het aantreden van de zoon van Jacobus J. in de genoemde firma Jac. Jurrissen en Zoon.  Johannes J. Jurrissen (1839-1928), Jan J. genoemd, maakte het bedrijf groot en van internationale bekendheid (door zijn eigen energie en kundigheid te koppelen aan de financiële hulp van zijn schoonvader); ‘Jac Jurrissen en Zoon’ werd een begrip  in de kwekerswereld. Nadat in 1874 de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort was gereed gekomen bouwde hij daarnaast (op zijn eigen terrein) een nieuw huis, een kantoor, koetsierswoning, stal en rozenloods; het geheel kreeg de naam ‘Wernershove’. Het assortiment aan bomen was veelzijdig met ook vruchtbomen. De zogenaamde laanbomen uit het assortiment werden  per spoor met wagonladingen vervoerd naar Duitsland en met name naar de steden aan de Rijn. De specialiteit van Jac. Jurrissen en Zoon vormden echter de grote coniferen (groenblijvende heesters). Zijn internationale bekendheid leidde tot onderscheidingen, uitnodigingen als jurylid en zelfs tot een audiëntie bij de Russische Tsaar in mei 1899. Een geschilderd portret van Jan J. is opgehangen in het vroegere Burgerweeshuis na de restauratie tot Stadsarchief van Naarden. Het is dus deze Johannes Josephus Jurrissen (J.J.) (1839-1929) die, als achterkleinzoon van de uit Nieuwstadt afkomstige Jacobus Jorissen (1736-1808), de afzender is van de briefkaart uit 1899 naar St.Petersburg; de briefkaart die ons op het spoor zette van één van de uit Nieuwstadt "vertrokkenen".

Als 70-jarige droeg Jan J. (in 1909) de directie van zijn bedrijf over aan 3 van zijn zonen, Thomas, Jacobus (Ko) en Johannes (Jan J. N.), maar bleef zelf de “opperbaas”; de jongste zoon, Alphons, ging niet in het vak. De hier genoemde 3 zonen vormden aldus de 5e generatie kwekers Jurrissen.
Jan J. N., was opgeleid in België, en was de echte boomkweker.
Ko was de administrateur en vertegenwoordigde het bedrijf naar buiten.
Thomas was tevens nog boer.
De knechten werkten graag bij Jurrissen omdat ze naast hun loon een stukje grond voor eigen gebruik mochten hebben.
Vóór de Eerste Wereldoorlog had de kwekerij een omvang van 45 hectaren. Na die oorlog echter sloot Duitsland zijn grenzen voor kwekerijproducten, richtten veel gemeenten eigen kwekerijen in, ging de tijd van particuliere buitenplaatsen voorbij en kwamen de crisisjaren. Dankzij de toename van de woningbouw kon een deel van de kweekgrond aan de gemeente worden overgedaan als bouwgrond en na het overlijden van vader Jan J. werd het plantsoen in dat gebied ‘Jan Jurrissenplantsoen’ genoemd.

Na het overlijden van moeder E. A. Jurrissen-Rietveld (in 1935) werd het huis aan de Comeniuslaan afgebroken, de daarmee vrijgekomen grond verkocht, zetten de 3 zonen het bedrijf op kleinere schaal voort en werden geleidelijk gronden van het bedrijf verkocht.

Ook van de 6e generatie zaten er nog enkelen in het kwekersvak.
Frank Jurrissen, zoon van Ko, dreef nog een eigen kwekerij onder de naam ‘Jac. Jurrissen en Zoon’ gedeeltelijk op gehuurde grond. Nadat in september 1973 nog het 200-jarig bestaan van de zaak gevierd was op zijn terrein aan de Karnemelksloot zou het terrein later vallen onder het Naardense bestemmingsplan Zuid West III en na vanaf 1990 gaan volgebouwd worden. Hiermee was een einde gekomen aan de kwekerij Jurrissen in Naarden.
Willem Thomas Jurrissen (ook wel “Wim Sr.” genoemd) (??-1973), kleinzoon van Jan J., ging na experimenten in de groententeelt (tomaten en champignons) over naar bestuurlijk werk, werd voorzitter van Rabobank Naarden-Bussum en bestuurder (vele jaren als voorzitter) van Groenteveiling Naarden.

Leo Schrakamp (??-1960), kleinzoon van Jan J., dreef een boomkwekerij op Long Island en was dus wel nog vakbroeder maar buiten de kwekerij Jurrissen.

In de 7e generatie zijn nog enkele vakbroeders aanwezig, maar geen van hen meer binnen de kwekerij Jurrissen.
Thomas Jurrissen, zoon van Wim Sr., had aanvankelijk samen met 2 broers een eigen bedrijf voor aanleg van tuinen en parken, maar zijn broers hebben het bedrijf in New Yersey vóór 1994 verlaten.

Willem Thomas Jurrissen, de jongste zoon van Wim Sr., was medewerker van Rozenkwekerij de Wilde en woonde in Naarden aan de Amersfoortsestraatweg in het stijlvolle huis dat in 1899 door zijn overgrootvader Jan J. was gebouwd op de plaats van de vroegere kwekerij en waarbij nog het oude ingangshek met de naam ‘Kweeklust’ van die kwekerij stond.


Bronnen:
- S. P. Jeanne Foreman, ‘Het boomkwekersgeslacht Jurrissen in Naarden’, uit: De Omroeper, Jrg.7 nr.2 (april 1994).

- Betty van Buuren, ‘Hotel Jan Tabak tussen twee wereldoorlogen. Een terugblik op een bloeiperiode’, uit: De Omroeper, Jrg.16 nr.3 (sept.2003).
- dtb-registers van Naarden.

mei 2015 / PvH / dec.2015